Heeft u uw diploma in het buitenland behaald, dan moet in veel gevallen uw diploma eerst erkend worden door de Commissie Buitenlands Gediplomeerde Diergeneeskundigen (CBGD). Deze commissie van deskundigen beoordeelt of uw kennis en vaardigheden voldoende gelijkwaardig zijn aan die van diergeneeskundigen met een Nederlands diploma. Voor elke beroepsgroep bestaat een subcommissie met onafhankelijke deskundigen.
De commissie beoordeelt de beroepskwalificaties van de aanvragers op basis van hun opleiding en eventuele werkervaring en/of aanvullende opleidingen
Wat doet de CBGD?
- De commissie beoordeelt de inhoud van uw opleiding en uw werkervaring en/of vervolgopleidingen en vergelijkt dit met het eindniveau van de Nederlandse opleiding van uw beroep. Dit is het toetsingskader voor de beoordeling en het advies over uw registratie.
- De commissie kan, als het nodig is, het Nuffic of S-BB om een diplomawaardering van uw diploma vragen. Deze waardering geeft aan hoeveel jaar u heeft gestudeerd en op welk niveau uw opleiding in Nederland staat. Dit is achtergrondinformatie voor de beoordeling.
- De commissie adviseert het Diergeneeskunderegister over uw aanvraag.
De individuele commissieleden adviseren het register en geven geen adviezen buiten de aanvraagprocedures om. Voor een advies is altijd een complete aanvraag vereist.
Waar kijkt de commissie naar bij de beoordeling van diploma's?
- De commissie Dierenartsen beoordeelt zowel de inhoud van uw opleiding als uw werkervaring in het buitenland.
- De Nederlandse opleiding diergeneeskunde duurt 6 jaar: een 3-jarige bachelor (basistheorie en vaardigheden) en een 3-jarige master (gericht op zorg voor paarden, gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren).
- Voor de beoordeling wordt gekeken naar de zes basiscompetenties van de 6-jarige Nederlandse opleiding diergeneeskunde. Deze competenties zijn onderdeel van het internationale VetPro-competentieprofiel.
- De mastervakken richten zich op kennis en vaardigheden voor diagnostiek en klinische vaardigheden voor het behandelen van ziekten, chirurgie, anesthesie, preventie, dierenwelzijn, wetenschappelijk onderzoek, communicatie en professionele vaardigheden. De commissie beoordeelt uw diploma en werkervaring op al deze aspecten.
- De commissie kan in hun advies aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld deelname aan de kennis en vaardigheden toets of een voorbereidende cursus.
- De Nederlandse opleiding paraveterinair duurt 4 jaar op mbo-niveau en richt zich op praktische taken binnen een dierenartspraktijk.
- De commissie beoordeelt uw opleiding én uw werkervaring
- Voor de beoordeling wordt gekeken naar de kerntaken die zijn vastgelegd in het landelijk beroepsprofiel op mbo-4 niveau.
- De Nederlandse opleiding leert zorgen voor dieren, samenwerken met dierenartsen en collega’s, nauwkeurig en verantwoord uitvoeren van ondersteunende taken, communiceren met klanten en administratie bijhouden. De commissie beoordeelt uw diploma en werkervaring op al deze aspecten.
- Na de aanvraag ontvangt u een overzicht waarin staat welke kennis en vaardigheden u op welke onderdelen heeft.
- De commissie kan in hun advies aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld een examen of een voorbereidende cursus.
- De opleiding dierenfysiotherapie is een vervolgopleiding van ongeveer 2 jaar na een beroepsopleiding fysiotherapie gericht op mensen (op hoger beroepsniveau).
- U moet bewijs aanleveren van de door u gevolgde beroepsopleiding humane fysiotherapie.
- De commissie beoordeelt uw opleiding en uw werkervaring
- De Nederlandse opleiding bestaat uit een vervolgopleiding fysiotherapie gecombineerd met kennis van diergeneeskunde en specifieke competenties gericht op diagnostiek en behandeling van bewegingsproblemen bij honden en paarden, het maken van behandelplannen, preventie en communicatie.
- De opleiding combineert theorie en praktijk over anatomie, fysiologie, bewegingsleer en fysiotherapeutische technieken.
- De commissie beoordeelt uw diploma en werkervaring op al hierboven genoemde aspecten.
Voor embryotransplanteurs/-winners zijn nog geen wettelijke basiscompetenties beschikbaar.
Mogelijke adviezen van de CBGD aan het Diergeneeskunderegister
- Negatief advies (afwijzing):
Uw diploma en ervaring zijn niet gelijkwaardig aan het Nederlandse niveau en de tekortkomingen zijn te groot om aan te vullen. Om te kunnen registreren moet u de reguliere Nederlandse beroepsopleiding voor uw beroep volgen. - Negatief advies, maar met mogelijkheid om aan te vullen:
Uw diploma en ervaring zijn niet gelijkwaardig aan het Nederlandse niveau, maar de commissie ziet bij u mogelijkheden om dit aan te vullen. Denk hierbij aan een aanvullende opleiding, toets of stage. Nadat u hieraan heeft voldaan, kunt u een nieuwe aanvraag indienen.
Voor dierenartsen: voor dit beroep bestaat alleen de mogelijkheid om een specifieke Kennis en Vaardighedentoets af te leggen. - Positief advies:
Uw diploma wordt erkend en u wordt geregistreerd in het Diergeneeskunderegister.
Achtergrond informatie in het kort
- Het Diergeneeskunderegister valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.
- De CBDG adviseert het Diergeneeskunderegister over bepaalde aanvragen van diergeneeskundigen met een buitenlandsdiploma voor erkenning en registratie .
- De comissie is ingesteld door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
- Het Diergeneeskunderegister wordt namens de minister van LVVN uitgevoerd door het CIBG.
- Het CIBG is een uitvoeringsorganisatie van met ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
- Het CIBG voert deze taak uit vanwege de overeenkomsten met het BIG-register: het beroepsregister voor zorg aan mensen.
Op het Diergeneeskunderegister is de volgende regelgeving van toepasssing: